Publicaties





Rapportage verkenningsfase op weg naar een toelatingsorganisatie

26 februari 2014 - IBK

 

In de brief van minister Blok aan de Tweede Kamer d.d. 27 november 2013 verwijst de minister naar het werk van de kwartiermakers, die aan de zijde van de bouwsector samen met medewerkers van de minister het stelsel voor private kwaliteitsborging in de bouw voorbereiden. Wat deze taak inhoudt – in hoofdzaak de organisatiestructuur van de Toelatingsorganisatie en het ontwikkelen van draagvlak voor het nieuwe stelsel – is de afgelopen maanden verkend door de kwartiermakers. Deze rapportage doet verslag van de bevindingen uit die verkenning.

Als ‘kwartiermakers’ komen we niet uit de lucht vallen. Begin 2012 stelde toenmalig minister Spies het zgn. ‘Bouwteam’ in met als opdracht om met en voor de woning- en utiliteitsbouwsector een Investerings- en Innovatieagenda op te stellen. In mei 2012 heeft het Bouwteam deze agenda in de vorm van de Actieagenda Bouw gepresenteerd: ‘De bouw in acties!’. In de Routekaart naar private kwaliteitsborging werkte één van de 17 actieteams dit onderwerp nader uit en stelde voor een aantal kwartiermakers aan het werk te zetten om de ideeën uit de Routekaart te concretiseren. Minister Blok haakt daar graag op in.

Sommigen vinden de term ‘kwartiermaker’ wat prematuur. Er moet immers eerst nog het nodige worden ‘verkend’ voordat het echte kwartier maken kan beginnen? Dat is waar, al is het gedeeltelijk een kwestie van perceptie. Sommigen zijn al ruim 15 jaar bezig met de voorbereiding van de stelselwijziging en zien in de genoemde brief het lang verwachte “groene licht”, maar voor anderen, zoals de eindgebruikers van bouwwerken – kopers, huurders, niet-institutionele opdrachtgevers – komt de private kwaliteitsborging pas nu prominent in beeld als een concreet scenario dat al in 2015 zou moeten worden ingevoerd.

Juist die categorie komt uitgebreid aan bod in de brief van minister Blok. De brief schetst drie sporen, die in gezamenlijkheid moeten leiden tot een doel, dat valt af te leiden uit de volgende passage op p.4: “Naar mijn mening zal een versterking van de positie van de bouwconsument een goede prikkel zijn voor de bouwende partijen om een betere bouwkwaliteit te leveren en tevens om het innovatief vermogen van bouwbedrijven te verbeteren. Het gaat hierbij niet alleen om het voldoen aan de vereisten van het Bouwbesluit, maar ook om het nakomen van contractuele afspraken en de vereisten van goed en deugdelijk werk.”

De drie sporen zijn:
1. invoering van een stelsel van private kwaliteitsborging;
2. verbetering van de verdeling van de aansprakelijkheid;
3. verbetering van de vraaggerichtheid van de bouw.

De kwartiermakers houden zich volgens hun werkzaamheden alleen bezig met de bevordering van draagvlak voor het stelsel en met een deel van het eerste spoor, te weten het optuigen van de organisatie die wordt belast met de toelating en monitoring van instrumenten voor private kwaliteitsborging. Zoals in deze rapportage wordt toegelicht zijn er wel raakvlakken met andere aspecten van de stelselwijziging. Zo komen in deze verkenningsfase en het vervolg hierop ook de aan instrumenten te stellen toelatingseisen aan bod, maar de vaststelling daarvan is een zaak van de wetgever. Die rolverdeling strekt zich ook uit tot het aspect verantwoordelijkheid. Hoe in aansluiting daarop aansprakelijkheid in de toekomst wordt geregeld is echter een onderwerp waar de kwartiermakers zich buiten houden, tenzij het nuttig en nodig is daarover gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen.

De introductie van private kwaliteitsborging in de bouw op de wijze zoals de minister dit in zijn brief uiteenzet, is een vorm van marktordening met gevolgen, die lijken op die van privatisering. Beide onderwerpen komen aan de orde in het onderzoek “Verbinding verbroken?” door de Eerste Kamer (30 oktober 2012). Dat onderzoek kent als bijlage een Besliskader en adviseert dit toe te passen bijnieuwe beleidsvoornemens op dit gebied. De kwartiermakers volgen deze aanbeveling op (zie bijlage 7). Ook hebben zij kennisgenomen van de aanbevelingen uit het door de Rotterdam School of Management Erasmus University in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgevoerde onderzoek naar “Private Borging van Regelnaleving in het Omgevingsrecht” (21 juni 2013). Weliswaar zijn met betrekking tot de bouw sommige aanbevelingen een gepasseerd station, andere zijn zeker relevant voor de nog te maken keuzen en de onderbouwing daarvan.

Wij realiseren ons als kwartiermakers, dat deze rapportage het zoveelste document is in een groeiende stapel adviezen en commentaren over de private kwaliteitsborging in de bouw. Het verschil met de rest van die stapel – waar wij inhoudelijk op voortbouwen met dank aan alle auteurs – is vooral gelegen in de focus op de concrete vervolgstappen die nu gezet gaan worden. Dit gebeurt overigens in een setting, waarbij via een in te stellen Stuurgroep de bouwsector zelf in al zijn geledingen met inbegrip van de bouwconsument en het bevoegd gezag wordt geraadpleegd en geïnformeerd. De minister wil het stelsel invoeren in 2015 en de kwartiermakers helpen daarbij. Of de planning wordt gehaald bepalen de kwartiermakers niet zelf, althans niet uitsluitend. Er zijn immers meerdere actoren betrokken bij dit onderwerp, maar bovenal moet er sprake zijn van politieke instemming met het voornemen van de minister. Op hoofdlijnen was dat tot nu toe wel het geval. Of dat ook geldt voor het iets meer gedetailleerde niveau, waarbij we nu zijn aangeland, moet blijken in het binnenkort te houden Algemeen Overleg tussen minister en Kamercommissie

In deze rapportage gaan we in de hoofdstukken 2, 3 en 4 in op de kern van onze werkzaamheden: het ontwikkelen van een organisatiestructuur voor de Toelatingsorganisatie en van draagvlak voor de stelselwijziging. Ook wordt het procesontwerp waar binnen de komende tijd in goed overleg met alle betrokken geledingen aan beide delen van de taak wordt gewerkt besproken. Ook in dat procesontwerp speelt de bouwconsument een grote rol. Als het, zoals de minister in zijn brief aangeeft, er vooral om gaat diens positie zowel aan de voorkant – spoor 3 – als aan de achterkant – spoor 2 – als tijdens het bouwproces – spoor 1 – te versterken is het van essentieel belang dat de eindgebruiker via organisaties als Vereniging Eigen Huis, VAC.wonen, Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad en Woonbond een stevige inbreng heeft naast de representanten van de bij het onderwerp betrokken publieke en private partijen.

Download hier het document

Gerelateerde artikelen:

 

 

Opmerkingen? Geef uw commentaar.



Online Bouwbesluit



Tips



Nieuwsbrief

Uw naam :
E-mail :
Werkzaam bij :
Uw functie :


Partners










Twitter



OmgevingsWeb